Menu Intro Nieuws Seizoensindeling Foto's CJV leden Onderwerpen Forum Links
CJV Aduard
CJV Weekend 2003 - Kampverslag
Het is 13 juni, 's middags. Vrijdag de 13e, nationale ongeluksdag… Nederland houdt zijn adem in: zouden we zonder kleerscheuren het weekend halen? Iedereen is uiterst voorzichtig met het onder ladders doorlopen, maar je hebt niet elke factor in de hand. De muizen en vogels weten er wel meer van, maar die houden zich wijselijk stil: je gaat die mensen toch niet vertellen dat er om 17.45 een zwarte kat dwars over de Schoolstraat is gelopen? Dit normaliter zo onschuldige wandelingetje van de plaatselijke schrik der vogels heeft vandaag grote gevolgen: gedurende de rest van het weekend zal een stel mensen hiervan grote last hebben.

Dit stel mensen verzamelt zich inmiddels nog nietsvermoedend op de warme tegels voor het Hoge Hof. Vele kilo's bagage maken duidelijk dat het om de CJV gaat voor het jaarlijkse weekendje Ameland. Na een minuut of 20 begint echter bij een enkeling het zweet uit te breken: we missen iemand en die zou nog rijden ook. Een kort bezoekje aan diens huis levert de informatie op dat we nog wel een weekje op hem hadden kunnen wachten… maar gelukkig kan hij ons wel brengen om een dag later zelf te komen.

De reis naar Holwerd wordt slechts vertraagd door een enkele tractor en het feit dat er midden in Wild West Friesland nog wel eens een feestweek wordt georganiseerd, maar al met al weten we toch goed op tijd de pier te bereiken. Het lage water nodigt daar bijna uit tot wadlopen, maar als rechtgeaarde jongelui zitten we liever comfortabel op onze krent in veerboot 'Sier'. Deze brengt ons in een uurtje naar Ameland, alwaar we aarzelend de eerste stappen doen: zou 'het gevoel' er nog zijn? De heren van Bløf zongen het al: "De zoute zee slaakt een diepe, zilte zucht." De CJV zucht opgelucht mee: dit gaat een leuk weekend worden.

Nadat alle bagage is ingewisseld voor de fietsen rijden we zoals gebruikelijk als een stel jonge honden naar Buren: overal rijdt wat, met soms tientallen meters ertussen. Op wonderbaarlijke wijze weet toch iedereen kampeerboerderij 'Zonnebloem' te vinden, waar de enige dame in ons gezelschap een onevenredig groot deel van de beschikbare wastafels inneemt, maar dat is geen ongewoon fenomeen binnen de CJV.

Tijdens het welkomstbakje koffie blijkt dat de bezuinigingen ook binnen de CJV hebben toegeslagen, aangezien de koffie meer op bruin water lijkt dan op koffie. De theepot is dan ook verdacht snel leeg, waarna nog wat achterstallige bureaucratische rompslomp in verband met corvee wordt afgewerkt. Daarna hebben we de rest van de avond vrijaf, zodat de volley- en voetballen tevoorschijn worden gehaald. Het mag een wonder heten dat de voetbal geen ruiten raakt en steeds weer kan worden teruggevonden in de tuinen waar hij belandt, maar al met al worden er toch enige fraaie punten gescoord.

Nadat ook de volleyballers hun training voor het startweekend hebben opgegeven begint de grote voorbereiding op een avondje stappen in Nes. Terwijl de één bijna de rest van de avond bezig is met klaarmaken zit een ander na korte tijd genoeglijk een potje te kaarten in het altijd sfeervolle TL-licht van onze kale eetruimte.

Als tenslotte buiten de duisternis in alle kieren is doorgedrongen vertrekken we dan toch naar Nes. In de Swinging Mill is het als altijd erg gezellig, ondanks de flinke inflatie op de consumptiemuntjes. Maar dit mag onze pret niet drukken, zodat we allemaal goedgemutst aan het einde weer naar buiten lopen. Daar ontdekken we tot ons genoegen dat dit jaar onze zadels niet zijn gejat, waarna iedereen zijn fiets pakt. Echter op die ene persoon na die blijft rondlopen, zodat we uiteindelijk maar concluderen dat we de zadels dan nog wel hebben, maar dit keer een complete fiets kwijt zijn. Het moet toch niet gekker worden: nog een jaar verder en iederéén mag zeker lopend naar Buren terug?

De bestolene springt ergens achterop en terug in de boerderij zoeken de meeste mensen na het eten van de onvermijdelijke tosti al gauw hun warme slaapzak op. Sommigen blijven echter nog even zitten om gitaar te spelen, met als gevolg dat één en ander weer flink uit de hand loopt en die laatste mensen pas bij stevig ochtendgloren hun bed opzoeken.

De volgende morgen blijken onze buren onder hetzelfde dak er een iets normaler dag/nachtritme op na te houden, aangezien zij al vroeg met veel kabaal laten merken dat ze wakker zijn. Met frisse tegenzin begint vervolgens ook bij ons de één na de ander versuft om zich heen te staren, om vervolgens onder de douche goed wakker te worden. De ochtendkoffie bij het ontbijt is niet van de kwaliteit die we gewend zijn van de maker, maar toch voelen we ons weer genoeg mens om de rest van de morgen in Nes door te brengen.

Op de één of andere manier zit er op Ameland altijd maar één route in ons hoofd geprogrammeerd en dus rijden we ook vanmorgen weer automatisch naar de Swinging Mill, die overdag toch een aanzienlijk deel van zijn charmes kwijt is. Iedereen zal moeten erkennen dat de nacht sowieso enkele charmes heeft die op geen enkele manier te vergelijken zijn met overdag.

Intussen zoeken we naar de verdwenen fiets, maar ook bij daglicht blijkt het ding onvindbaar, totdat iemand een heldere ingeving krijgt. Dan blijkt het stalen ros in het holst van de nacht 200 meter te zijn meegesleept om daarna klaarblijkelijk in enige frustratie over het prikkeldraad van de buren te zijn neergevleid tussen de brandnetels. Reden voor ons om de fiets niet zelf te pakken, maar de bewoners ernaar te vragen.

Even later is het eindelijk tijd om Nes in te gaan. Terwijl de één zijn grote mond niet kan bewijzen bij de pooltafel en een volgende dat wél kan met éénentwintigen, struint de derde alle winkels in Nes af om te concluderen dat er niks veranderd is. Dan is het al gauw weer tijd voor een stevige hap plakaroni die overigens prima smaakt.

's Middags wordt vervolgens gebruikt ter voorbereiding van de zeskamp op z'n CJV's, maar heeft tot gevolg dat we al gauw weer een kaartje zitten te leggen. Dit zint één der leden niet, aangezien je niet alle dagen op Ameland bent en even later is een groepje onderweg naar goudgele strand van Ameland om toch misschien even aan de zee te voelen.

Dat goudgele strand blijkt bij nader inzien toch meer grauwgeel te zijn, maar dat weerhoudt 2 mafkezen er niet van om kopje onder te gaan in de zee. Omdat er dit keer niet zoveel kwallen zijn is de lol er gauw af, zodat rap wordt besloten tot een strandwandeling. Na passage van een compleet slachtveld van krabben kijkt een enkeling wat verontrust om zich heen, zodat uit veiligheidsoverwegingen maar weer de terugtocht wordt aangevangen, door de duinen dit keer.

Terug op de kampeerboerderij blijkt dat de zeskamp hoognodig gespeeld moet worden en traditiegetrouw zijn er weer vele voedingsmiddelen uit de kast getrokken. Ook de zeepglijbaan van landbouwplastic is inmiddels een vast ingrediënt, en daar wordt handig gebruik van gemaakt.

Allereerst wordt daarop een potje stevig touw getrokken, met als enige doel dat iedereen es goed in het zeepwater onderuit gaat. De 'held op sokken' die daar aan lijkt te ontsnappen wordt dan vervolgens even een handje geholpen, totdat ook hij zijn kletsnatte T-shirt uit kan wringen.

Dan wordt het tijd voor een spelletje eieren gooien: je gooit een ei over het volleybalnet en als die opgevangen wordt doe je een stap naar achteren. Iedereen heeft 3 eieren te besteden, maar de praktijk is dat er dus geen ei overblijft. Sommigen grijpen hun kans om de zaak even stevig te saboteren en tegen de tijd dat de eieren op zijn blijken de eierdoppen alle kledingstukken te zijn gepasseerd...

Het volgende spelletje lijkt moeilijker dan het is: 2 mensen doen een knijper in de mond en pakken daarmee steeds een bierviltje van elkaar over.

Ergens gedurende dit spel komt een nakomer aanzetten die last heeft gehad van de zwarte kat van vrijdag: op het gevaar af bij aanhouding meteen zijn rijbewijs kwijt te raken is hij vanaf Assen laagvliegend naar Holwerd gesjeesd, waar hij de boot op 2 minuten gemist heeft.

De nakomer kleedt zich om voor het laatste stukje zeskamp, die dit jaar uit 4 spelletjes bestaat, en dan is het tijd voor de laatste uitdaging. Het effect is dat je flink duizelig wordt gemaakt om dan vervolgens in een rechte lijn over de glijbaan te rennen. Een enkeling doet daarin een poging om een ander op brute wijze omver te halen, maar deze duizelige mensen presteren toch bovengemiddeld goed, alsof ze het wel vaker doen.

Al met al is het weer een traditioneel rommelige zeskamp geworden. Met dank aan alle moeders die bereid waren om de kleren schoon te wassen of uit pure wanhoop weg te gooien.

Hierna is het tijd om onder de douches te springen, waarna een hapje wordt gegeten. Intussen wordt naar vele horloges gestaard: waar blijft de laatste kampbezoeker? Als hij nog niet komt opdagen gaan we maar weg voor het afgesproken potje bowlen. Helaas voor ons blijken onze voorgangers als een stel holbewoners met kegelballen de bowlingbaan te hebben vernield, zodat wij kunnen kiezen tussen vertrekken en kegelen. Met enige tegenzin wordt aan het kegelen begonnen, wat uiteindelijk toch wel weer een leuke competitie oplevert. Na afloop blijkt de eigenaar niet bereid te zijn tot enige vorm van financiële genoegdoening, zodat een der leden hem grijnzend toebijt dat we dus gelukkig geen consumpties hebben besteld. Zijn gezicht betrekt tot onweer, en dat van ons tot een stralende zonneschijn.

Op de terugweg naar de kampeerboerderij blijkt dat het Amelandvirus onder CJV-ers ongeneeslijk is, want er blijkt warempel nóg een oud CJV-ster rond te lopen. Na een kort praatje rijden we door naar de kampeerboerderij, waar al gauw blijkt dat de zwarte kat nogmaals heeft toegeslagen: de laatste kampbezoeker miste de boot op 5 minuten na, en moest vervolgens 2 uur wachten. Toen hij vervolgens eindelijk op Ameland arriveerde was de fietsenverhuur ook nog gesloten, maar afijn: een paar kilometers wandelen is goed voor de conditie.

Nu ook hij is aangekomen is de club dus eindelijk compleet en kunnen er voorbereidingen worden getroffen voor een volgende invasie van Nes. Na nog flink wat kaarten te hebben gelegd is het toch zover: de stalen rossen worden van het slot gehaald en onder het vertellen van sterke verhalen waar Ome Henk nog wat van zou kunnen leren, rijden we op een enkeling na naar de Swinging Mill die in het donker van de nacht een mysterieus licht uitstraalt...

Wederom is het in The Mill zeer geslaagd, al zien je door het rookkanon soms letterlijk niet meer wie er een halve meter naast je staat, maar al met al gaan we na afloop tevreden naar buiten, waar dit keer wel alle fietsen gevonden worden.

Eenmaal terug op de boerderij smaken de tosti's weer prima, zodat ze worden ingezet om een tweetal buurmeisjes (die een nachtje willen doorhalen) om te kopen om ons via teletekst de startopstelling van de Formule 1 Grand Prix te laten zien. Hierna blijken we een kersverse kampsaboteur te hebben die zich klaarblijkelijk ten doel heeft gesteld alle slapers even met de supersoaker ervan langs te geven. Na ook dit akkefietje gaan de meesten dan toch maar slapen… op een enkeling na. De oudste van ons gezelschap gaat door tot waar de rest hem niet meer kan volgen: hij slaapt niet.

De volgende morgen is het wat moeilijker om uit bed te komen, maar al met al lukt het toch met als gevolg dat de CJV keurig op tijd in de Doopsgezinde Kerk van Nes belandt, aangezien in het kader van de SOW het Hervormde Kerkje vandaag geen dienst doet. In een 'ouwe jongens krentenbrood' dienst met een gastpredikant die alle 5 gemeenteleden kent (de rest is gasten) wordt afscheid genomen van een kerkeraadslid die 18 jaar haar werk heeft gedaan. Kom daar in Aduard eens om… Tijdens het zingen merkt een enkeling dat zijn stem het op sommige octaven begeven heeft, zodat gedurende de verschillende gezangen soms in 1 regel naar hartelust van toonhoogte wordt veranderd, hetgeen voor de mensen die voor ons zaten op zijn zachtst gezegd ongebruikelijk moet hebben geklonken...

Na afloop van de dienst wordt door de duinen teruggereden naar Buren, terwijl op het fietspad een uiterste poging wordt gedaan om de gehuurde fietsbanden tot op de cent te verbruiken, zodat het een wonder mag heten dat er niemand met een krakende slag tegen het schelpenpad slaat. In de kampeerboerderij aangekomen smaakt de koffie prima, en al luierend in de warme zon wordt in navolging van de Smurfen een nieuw woord ontwikkeld dat dient als werkwoord, zelfstandig naamwoord, getal, bijvoeglijk naamwoord, lidwoord, afijn, je kunt een heel gesprek houden met het woord Japs.

Deze melige stemming wordt bruut onderbroken met de mededeling dat er moet worden gepakt, gegeten en schoongemaakt omdat we erg vroeg moeten vertrekken. Desondanks laten we ons de hamburgers en soep goed smaken, ook al zit er dan zoveel vermicelli in dat het meer wegheeft van spagetti dan van kippesoep.

Hierna is het schoonmaken rap gebeurd, waarna we veel te vroeg naar de boot vertrekken. Met het spijtige gevoel dat we met dat heerlijke weer nog makkelijk een hele middag op het strand hadden kunnen zitten staan we met een onwezenlijk gevoel bij de boot te wachten: wat doen we hier eigenlijk al?

Maar de boot komt en de CJV verdwijnt… Ook de bootreis verloopt voorspoedig en met de gebruikelijke het-is-weer-voorbij kater lopen we in Holwerd naar de auto's… Zonder problemen bereiken we Aduard, blijkbaar is alle pech dit weekend wel opgebruikt. Nog even praten we na, en dan gaan we ieder ons weegs. Het was weer een CJV-kamp volgens het boekje, maar als we één les hebben kunnen leren is het wel dat er NOOIT meer een CJV-kamp moet worden gepland op vrijdag de 13e...

Harry Hilberts